Steve Jobs en het verhaal…
‘Of ik dat verhaal over die meneer en Apple nog eens wilde vertellen’, vroeg mijn zoon van 10 eind jaren negentig regelmatig, net toen Jobs was teruggekeerd bij Apple en de Bondi-blauwe iMac als een trein begon te verkopen. Het wás ook een mooi verhaal: iemand die een bedrijf begint, een bedrijf dat succes heeft, en die iemand anders aantrekt om het bedrijf nog succesvoller te maken, vervolgens door die persoon het bedrijf uit wordt gewerkt en als dat bedrijf op sterven na dood is, weer wordt binnengehaald als de redder en verdomd! hij maakt het bedrijf gezond en tot het grootste bedrijf ter wereld.
Dat laatste duurde nog even, de iPod, iPhone en iPad moesten nog komen, maar de iMac gaf al aan waar Jobs naartoe wilde: de consument. In de meeste artikelen na zijn overlijden ligt de nadruk op die tijd na zijn terugkomst – terugkomst klinkt hier wel heel erg alsof Jezus teruggekeerd is bij Apple – maar tijdens zijn eerste periode bij Apple was hij – op dat eruit gewerkt worden na – ook succesvol en een visionair.
Hij creëerde samen met een fantastisch team de Macintosh en op die Macintosh begon de desktop publishing-revolutie. Op een Macintosh 512 met een externe diskdrive en een beta-versie van PageMaker, maakte ik eind 1985 voor Apple Computer Nederland de handleiding op van de Macintosh Plus, die in januari 1986 op de markt zou komen. Mede dankzij Jobs ontstond die DTP-revolutie. Hij zorgde ervoor dat er een laserprinter op de markt kwam, die aangestuurd werd door PostScript, de printertaal van Adobe, met fonts van Adobe. De printer kreeg een mooie marketingnaam: de LaserWriter. Prijzige spullen, die Mac Plus en die LaserWriter: ze kosten respectievelijk 10.000 en 25.000 gulden. Geen consumentenprijzen, maar als ontwerper had ik het er graag voor over: zo konden we met die printer het ‘zetsel’ maken, wat onder de repro-camera werd verkleind tot aanvaardbare pagina’s voor de drukker. En PageMaker kon natuurlijk alleen maar draaien op een computer met een grafische interface. Toen ik op die 512 de plushandleiding in elkaar aan het zetten was, was Jobs door John Sculley al weggejaagd bij Apple en eigenlijk was het Sculley die wegliep met het succes van de Macintosh. Jobs geloofde in de tijd heilig in PostScript, bij NEXT – het bedrijf dat hij na zijn ontslag bij Apple begon – gebruikte hij in het besturingssysteem DisplayPostScript om het beeldscherm aan te sturen.
In de loop van de tijd heb ik flink wat keynotes van Jobs gezien, sommige in de zaal, andere doorgestraald naar Apple in Bunnik en later gestreamd op mijn Mac. En bijna altijd werkte bij mij het reality distortion field van Jobs. Als je hem hoorde praten, hem zijn producten hoorde aanprijzen, dan wilde je die kopen of je dat product nou nodig had of niet. Toen ik hem in de zaal tijdens een keynote bij de Seybold conferentie zijn NEXT-computer hoorde aanprijzen, wilde ik er ook een. Godzijdank was dat ding veel te duur en ben ik er aan ontsnapt.
En nu is het distortion field gedoofd. Tim Cook, zijn opvolger, heeft die werkelijkheidsvervorming niet, maar voorlopig zal Apple nog genoeg in de pijplijn hebben om ons te verrassen en kopen we het toch. In het verhaal dat ik aan mijn zoon vertelde, was een van de opvolgers van Sculley – Michael Spindler, bijgenaamd de Diesel – een van de grote mislukkingen. Het ging steeds slechter met Apple en telkens als De Diesel de koers van Apple hoorde, die weer dramatisch gezakt was, kroop hij uit angst onder zijn bureau. Steve Jobs is dood, maar het verhaal van Apple gaat door. Laten we hopen dat Cook niet onder zijn bureau moet gaan zitten…

